Terug naar overzicht

De regio als wingewest of klimaatwinnaar?

15-01-2021

Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van Lysias hebben we enkele ‘venijnige vraagstukken’ geselecteerd waarover we – met betrokken deskundigen uit ons netwerk – in gesprek zijn gegaan. Daarvoor brachten we mensen bijeen die elkaar niet vanzelfsprekend dagelijks treffen en die elkaar nieuwe inzichten geven. De inzending van Arnout Potze (adviseur bij EBN, daarvoor bij provincie Overijssel en IPO) over het thema De regio als wingewest of klimaatwinnaar? was een van de geselecteerde onderwerpen.

We willen met elkaar in Nederland veel meer duurzame energie opwekken voor een betere toekomst. Maar doen we dat slim? Energie uit windturbines, zonneweides en bijvoorbeeld lokale biomassa concentreert zich in plattenlandsregio’s. Hoewel hier ruimte, goedkopere (of minder dure) grond en minder omwonenden zijn, ervaren veel inwoners een disbalans tussen de lasten en de lusten. Van de miljarden die aan SDE-subsidies worden toegekend, zien inwoners in de regio weinig terug. Een voorbeeld is het windpark Pottendijk in Emmen, waar slechts 1,2% van de jaarlijkse geldstroom ten goede komt aan de lokale omgeving.

Verschillende landelijke regio’s voelen zich een wingewest voor de energiehonger van de grote steden en de energie-intensieve industrie. Het lokaal oogsten van duurzame energie wordt ervaren als een offer, niet als iets om trots op te zijn. Inwoners en ondernemers van het platteland zijn wel trots als exporteur van kaas, bloemen of andere landbouwproducten. Waarom dat verschil?

Tijdens het web-gesprek is van gedachten gewisseld over deze vragen en is gezocht naar creatieve en radicale aanpakken. De aftrap werd verzorgd door Jan Jacob van Dijk (onder andere adviseur van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie NP RES) en Arjan Bregman (onder meer hoogleraar Bouwrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen).

Samengevat was het gezamenlijke beeld uit het web-gesprek dat de energietransitie een taak is voor alle regio’s en dat de lusten en lasten zo eerlijk mogelijk moeten worden verdeeld. Dat betekent concreet dat de omgeving moet kunnen participeren en moet meeprofiteren van de projecten in hun directe omgeving, zoals ook vastgelegd in het Klimaatakkoord. Er zijn in het land al veel inspirerende voorbeelden, maar maatwerk blijft vereist.

Uit het web-gesprek zijn drie hoofdonderwerpen naar voren gekomen die richting kunnen geven aan de vervolgaanpak:

  1. Wettelijk instrumentarium om initiatieven meer fundament te geven, en het aandeel van 50% voor lokaal eigendom (burgers en bedrijven) van de productie van duurzame energie te waarborgen. Dit aandeel van 50% is wel een streven, maar is niet afdwingbaar op wetsniveau. Hiervoor kunnen de mogelijkheden worden verkend om dit via het bestemmingsplan (en onder de Omgevingswet het omgevingsplan) afdwingbaar te maken. Daarmee kan met de Omgevingswet gemeenten tools in handen worden gegeven.
  2. De mogelijkheid verkennen om in de SDE++ een component op te nemen voor lokaal eigendom en omgevingsbetrokkenheid.
  3. Het uitlichten van succesvolle initiatieven voor gemeentelijke energiebedrijven, zowel nieuwe als oudere initiatieven. Deze bundelen tot een kenniskring, om ervaringen en lessen te kunnen delen, bijv. als het gaat om het mogelijk maken van participatie door alle inkomensgroepen (als alternatief voor een coöperatie met participatie door de happy (weatlhy) few.

U kunt het whitepaper hiernaast downloaden. Neem voor meer informatie contact op met Melvin Könings of Carla de Rie.

Anderen bekeken ook