Terug naar overzicht

Provincies in transitie

11-10-2019

Visie en participatie voor een duurzaam energiesysteem

De rol van de provincie is binnen onze overheid het minst zichtbaar en aansprekend. De verkiezingen eerder dit jaar onderstreepten dat en – naast gesteggel over de coalitievorming – bleek de inhoud van de provinciale bestuursakkoorden de afgelopen maanden amper nieuwswaardig. Toch kan juist de provincie een cruciale rol spelen in de aanpak van grote maatschappelijke vraagstukken. In dit artikel delen we wat ons opviel in de akkoorden over energietransitie.

Infographic Energietransitie Lysias Advies
Infographic Energietransitie Lysias Advies

 

Het provinciale systeem verandert

Voor 2050 willen we af van fossiele energie. Dat gaat opwarming van de aarde tegen en bevingen in Groningen. We verbeteren de luchtkwaliteit en worden (geopolitiek) minder afhankelijk van anderen. Via energiebesparing en lokale productie van duurzame energie houden we geld in de regio, dat er nu uit verdwijnt. Door dit slim te koppelen met gebiedsontwikkeling, lokale innovatiekracht en natuurlijke momenten dalen de kosten en stijgen de maatschappelijke baten.

Tot zover de theorie. De praktijk is weerbarstig. Welke nieuwe energiebronnen gaan we gebruiken? Hoe krijgen we de energie bij iedereen en op elk moment? Wie gaan daar voor zorgen? Wie gaat het betalen? Hoe past het in het landschap, gebieds- en economische ontwikkeling? Wat vinden burgers, bedrijven en instellingen hiervan? De energietransitie heeft technisch impact, maar ook economisch, fysiek ruimtelijk, juridisch en sociaal. Het is een systeemverandering.

Schakel tussen bottom up en top down

De provincie staat letterlijk midden in de samenleving, tussen de omslag in de samenleving en die in beleid en wet- en regelgeving. Op provinciaal niveau komen alle veranderingen, van bottom-up en top-down, bij elkaar. De provincies zijn uniek gepositioneerd om beide te verbinden. Om dat ook werkelijk te doen, moeten zij zich wel bewust zijn van hun rol en die invullen. Dat vereist competenties en zeker ook een eigen integrale visie op de beoogde verduurzaming van het energiesysteem en op hoe de provinciale stakeholders hierbij kunnen worden betrokken, van bedrijven tot burgers.

 

Een voorbeeld

Als alternatief voor hoe we nu verwarmen en rijden wordt vaak de elektrische warmtepomp en elektrisch rijden genoemd. Echter, wanneer we overal elektriciteit voor gaan gebruiken, verviervoudigt ons elektriciteitsgebruik (al uitgaande van forse energiebesparing). Het elektriciteitsnet kan dat niet aan. Het plannen en aanleggen van nieuwe hoogspanningslijnen en distributienetten kost vele jaren. Als we inzetten op alternatieven (waterstof, warmtenet, etc.) geldt dat net zo. Verkeerde keuzen nu werken door tot ruim na het jaar 2050. Het is daarom essentieel nu een beeld te vormen van het provinciale energiesysteem waar naar wordt toegewerkt.

 

In de provinciale coalitieakkoorden komen we zo’n integrale visie op het energiesysteem (of zelfs de route om daartoe te komen) niet tegen*, evenmin als het laten participeren van bedrijven, instellingen en burgers hierbij. Dat is een gemiste kans.

In het beste geval wordt in de akkoorden verwezen naar de regionale energiestrategie (RES). De huidige RES 1.0 focust echter op een deel van de energietransitie en heeft een zeer strak tijdpad. Daarvan kan de bredere visie en het zorgdragen voor mede-eigenaarschap niet worden verwacht.

De provincie zal dus zelf het voortouw moeten nemen bij het verkennen van opties voor het nieuwe energiesysteem en hoe burgers en bedrijven hierbij te betrekken. Dat kan onder meer door in te spelen op – passende – lokale initiatieven en de innovatiekracht in de regio. Technisch-inhoudelijk kan de provincie samenwerken met de netbeheerder(s), althans zolang het gaat over elektriciteit en gas. De visie moet echter ook andere energieopties meenemen en de impact op onder meer de ruimtelijke ordening, economie, verkeer en vervoer en de bredere samenleving. De visievorming kan dus niet volledig worden overgelaten aan de netbeheerder(s).

Verbinding met de Omgevingsvisie

De visie schets het toekomstige energiesysteem en geeft aan hoe dit past in het landschap, bij de kracht en identiteit van de provincie en bij de beoogde gebieds- en economische ontwikkeling. Dat biedt een sterke basis voor verder provinciaal beleid en participatie van stakeholders. Vanuit de visie kan de provincie gericht het gesprek aangaan met alle betrokkenen en toewerken naar samenwerkingsstrategieën voor de uitvoering, met balans tussen politieke, maatschappelijke en bestuurlijke belangen en verwachtingen. Daarin is er een mooie parallel en link met het proces naar de Omgevingsvisie.

Essentieel is dat er aandacht is voor mede-eigenaarschap, een heldere rolinvulling van betrokkenen, een evenwichtige verdeling van lusten en lasten, betaalbaarheid, onderling vertrouwen en synergie met ander beleid. Dat is een complexe opgave, want er veranderen meerdere systemen tegelijk, zoals het (energie)technisch systeem, het politiek-bestuurlijke systeem, het fysiek-ruimtelijke systeem, het maatschappelijke systeem en de ambtelijke organisatie. Als de verandering op één of meer van deze domeinen achterblijft – of niet aansluit op de rest – stagneert de transitie, vroeger of later.

2 cases Fryslân en Zuid-Holland

Twee praktijksituaties tonen dat oplossingen en de partijen die daarbij betrokken zijn per provincie sterk kan verschillen. De cases zijn Fryslân en Zuid-Holland. Beide hebben nog geen integrale visie op een duurzaam energiesysteem, maar desondanks tekenen zich al duidelijke verschillen af.

In Fryslân staat de agrarische sector – LTO Noord voorop – klaar om een rol te spelen, als duurzame bron (biogas) en als balancerend buffer voor pieken en dalen in de elektriciteitsvraag. Voor Fryslân is die rol in potentie zeer substantieel. De opgave is nu na te gaan hoe deze kan worden ingepast in het toekomstige provinciale duurzame energiesysteem.

In Zuid-Holland speelt de agrarische sector een marginale rol. Daar is echter een enorm industrieel complex. De enorme volumes restwarmte daarvan kunnen worden benut in onder meer de glastuinbouw en steden. Daar wordt ook al aan gewerkt, maar nog onvoldoende vanuit een integrale visie en mede-eigenaarschap (teveel door overheden alleen). Dat leidt tot problemen.

 

Een mooie kans voor deze coalitieperiode

Hoewel tot een integrale visie komen op het verduurzamen van het provinciale energiesysteem en het toewerken naar mede-eigenaarschap bij de realisatie niet wordt vermeld in de bestuursakkoorden, passen deze wel bij de inhoud van de akkoorden. Het is een nuttige, om niet te zeggen noodzakelijke, aanvulling hierop.

Wij pleiten er voor dat alle provincies snel een dergelijke visie op hoofdlijn opstellen en het gesprek hierover aangaan met hun provinciale stakeholders. De uiteindelijke visie moet integraal zijn (beleidsveld-overstijgend) en aansluiten bij onder meer het landschap, de kracht en identiteit van de provincie en de beoogde gebieds- en economische ontwikkeling.

Er is een duidelijke link en synergie met het proces van de Omgevingsvisie. Ons advies is deze verbinding proactief te leggen en benutten. Betrek de netbeheerder, burgers, bedrijven en andere stakeholders. Sluit waar mogelijk aan op hun wensen, belangen en mogelijkheden en zoek naar mede-eigenaarschap. Hou de visie open voor versterking en verfijning.

Mits dit goed wordt aangepakt, kan nog deze coalitieperiode worden gestart met de (voorbereiding van) de resulterende energie-infrastructurele aanpassingen, vanuit toekomstbestendig perspectief. Alleen dan blijven we op schema bij de transitie en worden grote desinvesteringen voorkomen.

*: Enkele provincies geven in hun akkoord wel blijk van besef van de problematiek. De beste voorbeelden daarvan zijn Noord-Holland en Noord-Brabant. Maar een integrale participatieve benadering is er ook daar niet. Bij andere provincies blijkt zelfs het basale besef niet uit het akkoord.

Auteur: Jos Benner, senior adviseur bij Lysias Advies

Anderen bekeken ook